Hier moet je op letten als je een plant gaat kopen

Kijk eerst naar de plek in je tuin

De belangrijkste vraag is: waar komt de plant te staan? Planten hebben net als mensen hun kenmerken en voorkeuren. Neem je dus zomaar wat mooie planten mee zonder daar op te letten, dan kan het tegenvallen als je ze in je tuin zet.

Let vooral op zonbehoefte, kleur en uiteindelijke grootte van de plant. Het kaartje aan een plant in het tuincentrum vertelt je wat je moet weten.

1. Lichtbehoefte

Planten worden ingedeeld in drie categorieën: zon, halfschaduw en schaduw. Zonplanten hebben minimaal zes uur direct zonlicht per dag nodig. Schaduwplanten doen het juist beter met maximaal twee uur zonlicht. Halfschaduw zit daar tussenin.

Sommige soorten zijn flexibel, maar de meeste planten hebben een duidelijke voorkeur voor hun standplaats. Kijk daarom goed waar en hoe lang de zon in jouw tuin schijnt, en stem daar je keuze op af. Zo vergroot je de kans dat je plant gezond groeit en goed tot zijn recht komt.

2. Bloeikleur

Als je nieuwe planten koopt, is het belangrijk om te kijken hoe ze samengaan met wat er al in je tuin staat. Bestaat je border vooral uit witte, paarse en zachtroze tinten, dan kun je die opvallende felgele Rudbeckia zeker toevoegen, maar realiseer je dat dit het karakter van je beplanting direct verandert. Door bewust te kiezen voor harmonie of juist contrast, bepaal je zelf de uitstraling van je tuin.

3. Bloeiperiode

In het verlengde hiervan: let op de bloeiperiode. Er zijn vroege bloeiers, zoals Narcissen en Akelei. En late bloeiers zoals Herfstasters en Koninginnekruid (Eupatorium). Planten in het tuincentrum worden vaak verkocht in bloei, want dat staat mooi. Maar soms zijn deze in kassen voorgetrokken. Lees dus altijd goed op het kaartje wat de eigenlijke bloeiperiode is.

Probeer planten zo te combineren dat je de bloei spreidt. Het liefst van het vroege voorjaar tot de winter. Mooi voor jou om naar te kijken en fijn voor insecten.

4. Hoogte

Controleer wat de volwassen hoogte is. Dan kun je een grotere plant wat verder naar achter in de border neerzetten, en een kleinere plant wat naar voren.

Tot slot

Dit waren de belangrijkste kenmerken om op te letten. Er zijn echter nog meer dingen waar je rekening mee kunt houden.

  • Grondsoort: welk soort grond heeft jouw tuin? Zand, klei of leem? Sommige planten hebben een voorkeur. Dit kun je eenvoudig online opzoeken als je op de (latijnse) naam van de plant googelt.
  • Biodiversiteit: is het een plant die van oorsprong in Nederland voorkomt? Dan is de kans groot dat veel insecten de plant kunnen gebruiken als voedsel en om eitjes te leggen. Veel planten in het tuincentrum zijn niet inheems, sommige bieden zelfs niets voor insecten. Vaak is er wel een speciale hoek met inheemse planten. Vraag ernaar bij het tuincentrum.
  • Waterbehoefte: is jouw tuin erg droog, kies dan voor planten die daar tegen kunnen. Andersom zijn er ook planten die graag met hun voeten in water staan. Ideaal voor natte plekken in je tuin.

Ik ben Andra Nijenhuis, tuinontwerper bij Studio FERM. Laat het me weten als je vragen hebt over je tuin, of hulp wilt bij je ontwerp.